Natuurschoonwet 1928

Waardevol natuurschoon vraagt om extra bescherming. In 1928 had men in Nederland al een duidelijke visie over het behoud van natuur- en landschapsschoon. Middels de in dat jaar in werking getreden Natuurschoonwet (NSW) moest voorkomen worden dat landgoederen na het overlijden van één of meer eigenaren door versnippering uit elkaar zouden vallen waardoor de natuur- en landschapswaarden zouden verdwijnen. Vóór 1928 moesten eigenaren veelal delen van het landgoed verkopen om de successierechten te kunnen betalen. De Natuurschoonwet kon dit voorkomen. Als beloning voor het in stand houden van het landgoed ontving de eigenaar een fiscale tegemoetkoming.

Na de herziening van de wet in het begin van de jaren negentig is deze wet een stuk aantrekkelijker geworden en zijn de fiscale tegemoetkomingen ten aanzien van onder andere het successierecht en schenkingsrecht vergroot. Ook voor de vermogensrendementsheffing is er voor onbebouwd Natuurschoonwet bezit een vrijstelling. Wel is er vermogensrendementsheffing verschuldigd over de opstallen.

Voor onze opdrachtgevers stellen wij de aanvragen voor rangschikking onder de Natuurschoonwet op, wij stellen specifieke beplantingsplannen op, overleggen met de diverse ministeries en geven adviezen aan eigenaren over de fiscale mogelijkheden en het oprichten van Natuurschoonwet landgoed B.V.’s. Wij worden ook regelmatig gevraagd voor een actieve begeleiding van onder andere de verkoop van NSW-bezit en de opzet van de koopakte en boeteclausules ten aanzien van de Natuurschoonwet verplichtingen.

Naar mobiele navigatie